maandag 21 januari 2019

Rel om EU-roman: fictie of geschiedvervalsing?

De roman Die Hauptstadt van de Oostenrijkse schrijver Robert Menasse werd op de Frankfurter Buchmesse in oktober 2017 bekroond met de Deutsche Buchpreis. Vorig jaar verscheen de Nederlandse vertaling. De hoofdstad wordt uitgebreid besproken in Europese Kwesties (blz. 52-56).


Inmiddels is de schrijver bij de oosterburen het middelpunt van een rel geworden. In zijn roman zet Menasse Auschwitz neer als een krachtig symbool voor de noodzaak van Europese samenwerking. Zijn boodschap past goed bij de hedendaagse waarschuwingen tegen uitsluiting door nationalistische ideologieĆ«n. Menasse doet echter alsof ‘Nooit meer Auschwitz’ altijd al het doel van de Europese samenwerking was. In zijn roman laat hij Europese ambtenaren beweren dat voorzitters van de Commissie steeds hun ambtstermijn beginnen met een speech in Auschwitz om de Europeanen aan deze opdracht te herinneren.

Menasse blijkt bij verschillende gelegenheden beweringen van deze strekking als historisch feit te hebben gepresenteerd. Dit lokte protest uit van historici. Het kon niet waar zijn dat Walter Hallstein, de West-Duitse voorzitter van de eerste Commissie van de EEG, in 1958 een bezoek kon brengen aan Auschwitz in het communistisch Polen. Volgens Hallsteins eigen doctrine van die jaren was dat een volstrekte onmogelijkheid. Het duurde even voordat de bom barstte, maar eind vorig jaar was het zo ver. Duitse commentatoren duikelden over elkaar heen om Menasse te veroordelen: wat bezielde hem om te citeren uit een door hem verzonnen speech alsof het om een historisch feit ging?

Fictie kan spanningen en dilemma’s van het menselijk bestaan krachtig uiteen zetten, bijvoorbeeld in de context van de Europese samenwerking. Maar ook een fictieschrijver is in het dagelijks leven gebonden aan zorgvuldigheidsregels omtrent het verkondigen van leugen en waarheid. Waar hij dat zo evident nalaat brengt hij de kracht van zijn eigen fictie in gevaar.

Virginie Mamadouh