woensdag 24 juli 2019

Wat bepaalde onze voorkeur in de Europese verkiezingen?


Een van de vragen in het snelle Eurobarometer-onderzoek na de Europese verkiezingen (zie dit eerdere blog) betrof de algemene kwestie die de stemvoorkeur van kiezers het meest bepaalde. Dat verschilde uiteraard nogal. Ook per land liep het uiteen, en daarin waren opmerkelijke patronen te zien.

De cijfers: in zestien landen richtte men zich het meest op economie en groei, in acht landen vooral op klimaat en milieu, in twee landen op immigratie en in twee andere landen op de werkwijze van de EU in de toekomst. Hoe zijn deze landen over Europa verdeeld?

De vooral op economie en groei gerichte stemmers zijn dicht gezaaid in de Zuidelijke en in de Oostelijke randen van de EU (maar ook in Ierland en het Verenigd Koninkrijk). In de Zuidelijke rand is dit motief in elk land zeer dominant (tot 75% van de stemmers in Griekenland) , in het Oosten is het een stuk minder maar nog wel steeds de meeste genoemde kwestie (met een minimum van 38% in Estland).

De stemmers die zich door klimaat en milieu laten drijven komen vooral uit het hart en het Noordwesten van de EU. Het vaakst wordt dit als voornaamste kwestie genoemd in Denemarken, Zweden en Nederland. Wat minder frequent maar toch ook in grote getale in Duitsland, Luxemburg, Finland, Oostenrijk en Frankrijk.

Immigratie speelt het meest de hoofdrol in Malta en België, en eensgezind maken relatief velen zich in Tsjechië en Slowakije bezorgd om de toekomstige werkwijze van de EU.

Herman van der Wusten